1. Correspondentie

2. De familiebrieven van Mahler

Op een dag zou het mogelijk kunnen worden om aan een volledige uitgave van Mahlers brieven te beginnen. De boeken die momenteel worden gepubliceerd, zijn in verschillende staten van tekstuele volledigheid verspreid over een aantal delen, en er komen steeds meer aan het licht. De eerste bundel werd enigszins eigenzinnig bewerkt (en gezuiverd) door de vrouw van de componist (Gustav Mahler Briefe 1879-1911, ed. Alma Maria Mahler (Wenen, 1924)); het werd gevolgd door Alma's even selectieve en op maat gemaakte (zij het nog steeds genereuze) verzameling van zijn brieven aan haar die het tweede deel vormde van haar Gustav Mahler uit 1940: Erinnerungen und Briefe (Amsterdam, 1940 en 1949). Beide collecties zijn sindsdien uitgebreid en onderworpen aan onthullende moderne tekstwetenschap: de eerste door Herta Blaukopf (Gustav Mahler Briefe (Wenen, 1982)) en de tweede door Henry-Louis de La Grange en Günther Weiss (Ein Glück ohne Ruh ' : Die Briefe Gustav Mahlers an Alma (1e edn., Berlijn, 1895), vertaald en herzien door Antony Beaumont als Gustav Mahler: Letters to his Wife (Londen, 2004)). Een groot aantal andere brieven waren stukje bij beetje gepubliceerd in catalogi, tijdschriftartikelen en memoires. Sommigen vonden hun weg naar de Mahler-Strauss-correspondentie (Gustav Mahler Richard Strauss Briefwechsel 1888-1911, uitg. Herta Blaukopf (München, 1980), vert. Edmund Jephcott als de Mahler-Strauss-correspondentie (Londen, 1984)) en het latere deel van Mahlers onbekende brieven (Gustav Mahlers Unbekannte Briefe, ed. Herta Blaukopf (Wenen, 1983), vert. Richard Stokes als Mahler's Unknown Letters (Londen, 1986)). In 2006 kwamen twee belangrijke nieuwe toevoegingen: de correspondentie met Anna von Mildenburg, onder redactie van Franz Willnauer (Gustav Mahler 'Mein lieber Trotzkopf, mein süsse Mohnblume': Briefe an Anna von Mildenburg (Wenen, 2006)), en ten slotte deze nieuwe verzameling van 'familie'-brieven, waarvan het grootste deel zorgvuldig was bewaard door Mahlers toegewijde zus Justine.

Ze hadden hun weg naar Canada gevonden dankzij het voortdurende voogdijschap van de familie (met name van Justine en Arnold Rosé's schoondochter, Maria Rosé, die ze in 1983 aan de muziekbibliotheek van de University of Western Ontario schonk). Zoals Stephen McClatchie in zijn inleiding aangeeft, waren ze in de jaren vijftig geraadpleegd door Henry-Louis de La Grange, en werden vertaalde fragmenten opgenomen in zijn enorme biografie van de componist; maar in sommige gevallen vertrouwde hij op foutieve transcripties en, nog belangrijker, hij schijnt slechts een deel van de hier gepubliceerde collectie te hebben gezien. Het is geweldig om deze brieven dan in hun geheel te kunnen lezen - en McClatchie verdient lof voor zijn moeizame inspanningen om tekst terug te winnen en te dateren. De vreugde is niet geheel onverdeeld: de vertalingen zijn soms ongemakkelijk en lijken vaak idiomatisch verward. Mahler smeekt Justine en anderen om 'hem te schrijven'; accommodatie is altijd in het meervoud - en zou Mahler zijn lectuur (p. 1950) echt in een 'boekenkast' hebben bewaard? Gedetailleerde tekstkritiek wordt nu nuttig gefaciliteerd door de Duitse editie, Gustav Mahler, 'Liebste Justi!': Briefe an die familie (Bonn en Weidle, 184).

Wat zo belangrijk is aan deze collectie, is dat ze het eerdere, 'pre-Alma' deel van Mahlers leven beslaat. Te gretige Mahlerianen zouden aanvankelijk een beetje teleurgesteld kunnen zijn door zoveel schijnbare trivia over gezinsbeheer, boekhouding en budgettering en zo relatief weinig onthullingen over zijn compositorische en intellectuele preoccupaties. Maar er liggen hier juwelen begraven, en cumulatief onthult deze correspondentie heel veel over Mahlers karakter en psychologie, evenals over zijn naaste familie en vrienden.

De 568 letters zijn chronologisch gepresenteerd in vijf secties, elk voorafgegaan door een korte samenvatting van de betreffende periode. De eerste, 'The Early Years (Wenen, Kassel, Praag en Leipzig)', omvat tweeënzestig brieven in iets meer dan veertig pagina's; 'Boedapest, september 1880-maart 1891' is iets langer, inclusief zevenenveertig letters; verreweg het langste beslaat 'Hamburg, maart 1891 - april 1897 (bijna 200 pagina's en 283 brieven). De laatste twee secties, 'Wenen, april 1897 - november 1907' en 'The Last Years' (New York, Toblach, Wenen), bevatten respectievelijk 120 en slechts veertien letters. De ongelijke sectielengten vertellen het centrale verhaal van deze collectie, die wordt gedomineerd door Mahlers correspondentie met zijn zus Justine.

3. Gustav Mahler: "Mein lieber Trotzkopf, meine süße Mohnblume". Brieven aan Anna Bahr-von Mildenburg (1872-1947)

Met de publicatie van Gustav Mahler: "Mein lieber Trotzkopf, meine süße Mohnblume": Briefe an Anna von Mildenburg is de laatste grote collectie brieven van de componist nu in druk. Niet geheel onbekend, de Mildenburg-collectie, die niet alleen brieven bevat, maar ook ander materiaal met betrekking tot de carrière van de beroemde Wagneriaanse sopraan, maakt deel uit van de Theatersammlung van de Österreichische Nationalbibliothek (Wenen, Oostenrijk), een archief dat fysiek gescheiden is van de Musikabteiling van hetzelfde. instelling. Hoewel een deel van de inhoud van de brieven al is gepubliceerd, zoals in Mildenburgs artikel "Aus Briefen Gustav Mahlers" (Moderne Welt 3, nr. 7 [1921-1922]: 13–14) en in Alma Mahler's Gustav Mahler: Briefe ( Berlin: Paul Zsolnay, 1924), worden ze hier voor het eerst in hun geheel gedrukt. Hoewel sommige van de eerder beschikbare brieven intrigerend waren, is de collectie als geheel nuttig om licht te werpen op zowel Mahlers carrière vanaf zijn tijd in Hamburg tot het begin van zijn jaren in Wenen, als op zijn nauwe band met de zangeres Anna von Mildenburg.

De relatie tussen Gustav Mahler en Anna von Mildenburg staat vooral bekend om de betrokkenheid van de jonge dirigent bij de getalenteerde sopraan die hij in wezen ontdekte en promootte in het begin van haar carrière. Als directeur van de Hamburgse opera was Mahler verantwoordelijk voor Mildenburgs professionele debuut in de rol van Brünnhilde in Wagners Die Walküre op 11 september 1895 in een uitvoering die hij zelf dirigeerde. Mildenburg was vanaf het begin succesvol en ze werd een van de bekende Wagneriaanse artiesten van de dag. Als haar mentor kwam Mahler dicht bij Mildenburg te staan, en de bewijzen van deze brieven suggereren dat hun beroepsvereniging zich ontwikkelde tot een persoonlijkere. Mildenburg bewaarde de brieven van Mahler en als het geheel in dit boek wordt gepresenteerd, bieden ze een glimp van de ene kant van hun relatie, evenals enkele perspectieven op de cultuur waarin deze twee musici nauw betrokken waren.

Mahler, een van de belangrijkste dirigenten van zijn tijd, stond bekend om de hoge eisen die hij aan het operahuis bracht, zowel in muzikale als in dramatische zin. Als voorstander van Wagners werken bracht hij integriteit in uitvoeringen in Hamburg. Zoals in deze brieven wordt gedocumenteerd, schonk hij al vroeg Wagners geschriften aan Mildenburg, een gebaar dat zeker zijn intentie onderstreept om haar nog meer achtergrondinformatie te geven voor haar uitvoeringen. Mildenburg zelf werd internationaal bekend door haar Wagneriaanse rollen, vooral als Brünnhilde en Isolde, en haar carrière reikte verder dan Hamburg, naar Bayreuth en andere locaties. Later in haar carrière, toen ze niet meer optrad, gaf Mildenburg masterclasses en bracht zo haar ervaring en opleiding over op nieuwe generaties zangers, waaronder de bekende sopraan Sena Jurinac (een foto van de twee die samenwerken, staat op p.466) .

Dit boek bevat ongeveer 225 brieven, voornamelijk van Mahler (en enkele van Mildenburg), georganiseerd in drie delen: september 1895 tot mei 1896, negenenvijftig brieven uit de tijd dat ze samenwerkten in Hamburg; Juni 1896 tot april 1897, achtenzeventig brieven uit de periode dat Mahler Hamburg verliet tot de tijd dat hij directeur van de Weense Hofoper werd; en april 1897 tot december 1907, achtentachtig brieven die in wezen de gehele periode bestrijken van Mahlers periode toen hij de Hofoper in Wenen leidde. Dit deel bevat ook vierentwintig brieven van Alma aan Mildenburg, een uitgebreid afsluitend essay (Nachwort) en verschillende bijlagen die het deel ondersteunen.

Willnauer heeft elke brief gepresenteerd in een diplomatieke transcriptie die lijkt op de stijl die wordt gebruikt in Gustav Mahler Briefe, uitgegeven door Herta Blaukopf (Wenen: Paul Zsolnay Verlag, 1982; rev. Ed., 1996). In navolging van de stijl van die editie, vergezellen annotaties elke brief om de bron en / of herkomst aan te geven, datering wanneer deze niet expliciet deel uitmaakt van de brief, en uitleg van geselecteerde verwijzingen of uitdrukkingen die een betekenis hebben voor de carrière van Mahler of Mildenburg.

4. Gustav Mahler: brieven aan zijn vrouw (Alma Mahler (1879-1964)).

Gustav Mahler: brieven aan zijn vrouw. Bewerkt door Henry-Louis de la Grange en Günter Weiss in samenwerking met Knud Martner. Eerste volledige editie herzien en vertaald door Antony Beaumont. Ithaca: Cornell University Press, 1995, 2004. [xxvii, 431 p. ISBN 0-8014-4340-7.] Illustraties, bibliografie, indexen.

De relatie tussen Gustav Mahler en zijn vrouw Alma blijft een fascinerend onderdeel van de biografie van de componist vanwege de inzichten die het geeft aan zijn werken. Mahler droeg zijn Achtste symfonie op aan zijn vrouw en probeerde haar af te beelden in een van de thema's van zijn Zesde symfonie. Om deze en andere redenen was Alma een kracht in Gustavs leven, en hij schreef haar vaak tijdens hun huwelijk. De publicatie van de volledige, nog bestaande brieven van Gustav Mahler aan Alma maakt één kant vrij van de correspondentie die meer dan tien jaar duurde, vanaf hun eerste ontmoeting in 1901 tot de dood van de componist in 1911.

Deze brieven zijn niet geheel onbekend, aangezien Alma Mahler een selectie ervan publiceerde in Erinnerungen und Briefe (Amsterdam: Allert de Lange, 1940), in het Engels vertaald als Gustav Mahler: Memories and Letters, 3d ed. (Seattle: University of Washington Press, 1975). Toch was Alma selectief bij het samenstellen van haar collectie en redigeerde ze de brieven die ze bijvoegde of liet ze andere geheel weg. Dit nieuwe boek is gebaseerd op de Duitstalige collectie Ein Gluck ohne Ruh ', onder redactie van de Mahler-biograaf Henry-Louis de La Grange en Günther Weiss (Berlijn: Wolf Jobst Siedler Verlag, 1995), die voorheen alleen in het Duits verkrijgbaar was. .

In hun editie verzamelden La Grange en Weiss bijna twee keer zoveel materiaal als in de editie van Alma, met ongeveer 188 brieven die voor het eerst in hun editie werden gepubliceerd. De huidige Engelse vertaling bevat alle brieven, inclusief het inleidende materiaal dat de problemen met de eerdere editie bespreekt. Hun bespreking van redactionele zaken is bijzonder behulpzaam bij het begrijpen van de behoefte aan deze nieuwe collectie (vooral pp. Xvii-xxi), die een samenvatting van de verschillende aantallen letters van sectie tot sectie bevat. In feite is een index van alle brieven te vinden op pp. 405–13, en degenen die hierin geïnteresseerd zijn, kunnen deze lijst gebruiken om de inhoud te vergelijken met de eerdere Memories and Letters. Het is jammer dat de redactie geen tabelvergelijking heeft opgenomen, zoals die welke Herta Blaukopf publiceerde in haar uitgave van Mahler's Briefe (Wenen: Zsolnay, 1982; rev. Uitg., 1996). De nieuwe Letters to His Wife verschilt van Ein Gluck ohne Ruh 'vanwege enkele verfijningen in de datering van de brieven, die is gebaseerd op verdere studie van materialen in de Moldenhauer Collection van de Bayerischer Staatsbibliothek (voor een overzicht van de collectie, zie Gustav Mahler: Briefe und Musikautographen aus den Moldenhauer-Archiven in der Bayerische Staatsbibliothek. Patrimonia, vol. 157. [München: Kulturstiftung der Länder Freistaat Bayern, Bayerische Landesstiftung, Bundesministerium des Innern, 2002]). Om deze reden moeten degenen die de Duitse editie gebruiken de Engelse vertaling raadplegen om de details over de data en herkomst van de brieven te bevestigen. (Het Kritischer Bericht in de Duitse editie, maar niet in de Engelse vertaling, bevat informatie over de herkomst van elke brief.)

Niettemin worden de verschillen onmiddellijk duidelijk wanneer brieven aan zijn vrouw worden vergeleken met herinneringen en brieven. In het eerste deel van de brieven in Brieven aan zijn vrouw zijn bijvoorbeeld twee van de zeven nieuw gepubliceerd, en wat nog belangrijker is, er zijn enkele verschillen in de vertalingen. De weergave van Beaumont is nauwkeuriger en geeft een duidelijker beeld van de Duitse originelen. Een toevallige lezer vindt zijn bewoordingen van 'vocale composities' (in brief nr. 3, 28 november 1901) misschien wat meer dan 'liederen', zoals uitgedrukt in de eerdere vertaling, maar het vertegenwoordigt beter Mahlers originele 'Gesangscompositionen', net als de vertaling van "Stufenleiter" als "hiërarchie" (in plaats van de vorige "stap voor stap") in brief 276 (van 22 [?] Juni 1909), waarin Gustav aan Alma schreef over enkele aspecten van Goethe's Faust. Soortgelijke verbeteringen treden overal op, en alleen in geïsoleerde gevallen rijzen er vragen.

Brief door Gustaaf Mahler (1860-1911) aan een 'vriend' (naam, datum en locatie onbekend).

Als je een spelfout hebt gevonden, laat het ons dan weten door die tekst te selecteren en tik op geselecteerde tekst.

Spelfoutenrapport

De volgende tekst wordt naar onze redactie gestuurd: